Tags

Heerlijk!  De tijd tussen Kerst en de Jaarwisseling vrij. Dat geeft even lekker de tijd om mijn hoofd leeg te maken, gedachten te herschikken, uit te puffen etcetera etcetera. Vooral gezien de politieke beslommeringen van de laatste tijd wel even nodig.

Na mijn laatste blog ben ik door veel mensen aangesproken over wat ik nu eigenlijk wilde met de vragen die ik had gesteld in de raad van 14 december. Het viel me op dat ik dat heel makkelijk kon uitleggen. En het viel me ook op dat veel mensen het hartgrondig met me eens waren dat mijn vragen eigenlijk zaken betrof die het daglicht moeten kunnen verdragen. Dat dat geen logisch iets is in de politiek mag ook duidelijk zijn. De beloofde specificatie over de kosten van de vluchtelingenopvang  is nog steeds niet in mijn mailbox beland. Het duurt blijkbaar lang om er een samen te stellen. . . . . .

Ook viel het me op dat veel mensen vragen hadden  over een van de laatste zinnen in mijn blog. “Wat bedoel je met “framen”?  en – in mindere mate – wat bedoel je met “demoniseren”?

Vooruit!

Een kort lesje communicatiekunde. Laat ik aan het begin beginnen.

De eerste communicatietechniek die u kunt beluisteren (in de politiek)  is die van het NIET ANTWOORDEN!! Joseph Luns (voor de oudjes onder ons) was daar een ster in. Als hem iets werd gevraagd antwoorde hij steevast met: “Wat een goede en treffende vraag. Maar een nog betere vraag is in dit verband: ” . . . . . . en daar kwam het onderwerp wat hij graag wilde bespreken. Als het je lukt een vraag niet te beantwoorden maai je het gras voor de voeten van je opponent weg. Meestal heeft die een serie vragen waarmee hij naar een “clou” toe wil werken. De eerste vraag niet beantwoorden geeft je een enorme voorsprong in de discussie!!

De tweede, waar ik ook al een paar keer behoorlijk boos om ben geworden is: ‘LACH HET WEG!!’ Op het moment dat je omgeving met je mee gaat lachen heb je gewonnen. Doordat veel mensen eigenlijk niet aan een discussie over een moeilijk onderwerp mee willen doen, maar uitsluitend willen luisteren, is dit een effectieve manier als de discussie wat technisch word. Maak het onderwerp “belachelijk”. Oftewel, lach er om of maak er een geintje over. 95% kans dat uw opponent de kluts kwijt raakt en er niet over door durft te gaan, vrezend dat de hoon opnieuw aanwakkert.

Dan de derde techniek. Framing.  Die is dus wat gecompliceerder en het vraagt wat oefening om die uit te voeren. Hier moet u al wat dieper het internet op, maar de site http://taalstrategie.nl/framing/ geeft een goede uitleg. Klikt u eens door op 5 essentiele framing-tips en geniet. Voor diegenen die niet zo ver willen gaan, kijk naar de Amerikaanse verkiezingen en let op hoe er over President Obama wordt gesproken door zijn tegenstanders. Obama is geen rustige, bedachtzame man. Obama is zeker niet de eerste gekleurde Amerikaanse president. Stel je voor!! Dat betekent dat veel gekleurde medemensen solidariteit met hem voelen. . . . Nee!  Obama is uitsluitend degene die de oorlog in het Midden Oosten niet kan winnen. Zwak! De oorlog waar 9-11 uit voortkwam. Alsof het zijn schuld was ! ! ! De oorlog waar onschuldige Amerikaanse zoons en dochters (Ja ja – ziet u de herkenning!)  afgeslacht worden door terroristen. De oppervlakkige luisteraar hoort alleen: “9-11” – “oorlog niet kunnen winnen” – “zoons en dochters dood”.  Even overdrijvend. . . de man wordt neergezet als een afschuwelijk zwakke kindermoordenaar. Dat dat onzin is deert natuurlijk niemand van die tegenstanders. Het gaat om de stemmen!

En als laatste dan de techniek van het demoniseren. Die is echt afschuwelijk en in Nederland hebben we daar verschillende staaltjes van gezien die fout afliepen. De ergste was natuurlijk de dood van Pim Fortuyn. Toen ik zocht op voorbeelden van demoniseren kwam ik een mooi stukje tegen van Prof. Dr. Bob Smalhout, columnist in tal van bladen. Helaas afgelopen jaar overleden. (Overigens is ook dit framen, maar dan positief. Ik knoop mijn mening vast aan een autoriteit. . . . veroordeel me er niet om.)

Dr Smalhout schreef nogal fel naar aanleiding van de commentaren en reacties van sommige politici op de massamoord in Zweden van 27 juli 2011. Ik maak u deelgenoot.  De kop is niet van mij, maar stond zo in de krant.

“Noors bloed op Wilders’ lippen?”

De weerzinwekkende massamoord op 27 juli jl. in Oslo, waar 77 veelal jonge mensen door een intelligente maar psychisch gestoorde jongeman werden afgeslacht, heeft ook in Nederland diepe sporen achtergelaten. Met name heeft het de al jaren voortsmeulende discussie over de problemen, veroorzaakt door de massale immigratie van niet-westerse allochtonen, weer heftig opgerakeld.

Al meer dan tien jaar leidt dit allochtonenprobleem tot onverkwikkelijke discussies, die veelal uitmonden in belediging en zelfs weerzinwekkende vormen van demonisering van sommige politici. Het meest beruchte voorbeeld hiervan was de beschamende politieke haatcampagne tegen politicus prof. dr. Pim Fortuyn, die op 6 mei 2002 werd vermoord. De moordenaar, Volkert van der Graaf, een politiek linksgeoriënteerde milieuactivist, verklaarde voor de rechtbank dat hij Fortuyn een gevaar voor de samenleving had geacht. Die mening had hij verkregen via de media, die een stroom van negatieve publiciteit over Fortuyn hadden uitgestort. Vrijwel alle dag- en weekbladen hadden daaraan meegedaan. Vooral die met een politiek linksgeoriënteerde redactie. Zeer opvallend was dat niet alleen linkse politici maar ook de zogenaamde ’kwaliteitskranten’ hierbij de meest weerzinwekkende taal gebruikten. Zo omschreef het dagblad Trouw Fortuyn als: „Een vuile kale nepprofessor met de intelligentie van Adolf Hitler en de charme van Heinrich Himmler…” ’ Hij zou een fascist zijn, een narcistische psychopaat en een xenofobe racist (NRC Handelsblad). Kortom een gevaar voor onze samenleving. Voor de politiek ondermaatse Volkert van der Graaf waren dat genoeg argumenten om tot moord over te gaan.

Echter bij een groot deel van de Nederlandse bevolking was Fortuyn zeer geliefd, omdat hij problemen aansneed waar iedereen mee worstelde, maar die door onze overwegend alternatief denkende overheid ontkend of gebagatelliseerd werden. Toen na de moord een van Fortuyns medewerkers stelde dat: „ De kogel van links kwam ”, was de verontwaardiging in regeringskringen dan ook zeer groot. Toch werd het een gevleugelde uitdrukking. De bekende juristen Oscar Hammerstein en Gerard Spong hebben nog (tevergeefs) getracht de demoniserende journalisten voor het gerecht te slepen, omdat die in wezen medeaansprakelijk zouden zijn voor de laffe moord.

Des te vreemder is het dat uitgerekend mr. Gerard Spong zich heeft geschaard bij de groep die thans Geert Wilders op dezelfde infame wijze tracht te demoniseren. En wel omdat de Noorse moordenaar Anders Behring Breivik in zijn nagelaten manifest melding maakte van het politiek gedachtegoed van Wilders. Volgens Spong was dat al genoeg om recent in het Algemeen Dagblad te schrijven dat Wilders „ Noors bloed aan zijn lippen heeft ”.

Afgezien van de onwaarachtigheid van deze opmerking heeft mr. Spong, wat betreft grove opmerkingen, een zekere naam op te houden. Zo heeft hij onze katholieke medeburgers tot op het bot gekwetst in het Algemeen Dagblad van 2 sept. 2005, door over de paus Benedictus XVI onder meer te schrijven: „… Over natte dromen heeft de Duitse kerkvader nog niets in zijn zalige wijsheid laten blijken. Ik vroeg mij natuurlijk ook af of onze hemelse wijsgeer zichzelf wel eens heeft afgetrokken. Het antwoord lijkt mij schokkend ….”

Het is nu, negen jaar na de moord op Pim Fortuyn, uitermate verontrustend dat, naar aanleiding van het Noorse drama, er wederom een hetze wordt gevoerd tegen een politicus die aan het bloedbad part noch deel heeft en die nooit heeft opgeroepen tot gewelddaden. Hoewel Fortuyn en Wilders totaal verschillende persoonlijkheden zijn, hebben ze beide een belangrijke eigenschap gemeen die de haat opwekt van vele zittende politici die andere maatschappelijke opvattingen hebben. Wilders en Fortuyn zijn namelijk door iedereen te volgen en te begrijpen.

Net als Fortuyn maakt Wilders van zijn hart geen moordkuil. Hij zegt ronduit wat hij van allerlei zaken vindt. Hij gebruikt daarbij soms harde taal, die vaak ook niet helemaal juist is. Zo kun je de Koran van Mohammed niet vergelijken met Mein Kampf van Hitler. Ook is het niet tactisch om een ’kopvoddentaks’ te willen invoeren. Het is volgens de politieke etiquette ook niet correct om over een minister (Ella Vogelaar) in de Kamer hardop te roepen dat ze „knettergek” is.

Diagnose

Maar vermoedelijk vond half Nederland stilzwijgend dat Wilders de juiste diagnose had gesteld. Toen Wilders twee jaar geleden de simpele vraag stelde hoeveel geld de vrijwel ongelimiteerde instroom van honderdduizenden laagontwikkelde, nietwesterse allochtonen ons zou kosten, werd hij min of meer weggehoond door linksgeoriënteerde collegae, die deze vraag onethisch vonden. Men weigerde Wilders de financiële gegevens te verschaffen. Ten slotte kwam het antwoord via het wetenschappelijk bureau Nyfer, dat daarvoor door de PVV was uitgenodigd. De uitkomst was verpletterend: 7 miljard euro per jaar !

Als wij deze verpletterende last niet zouden hebben, dan zou onze krijgsmacht niet grotendeels te hoeven worden opgedoekt, eminente orkesten niet te hoeven worden opgeheven en onze cultuur niet te worden aangetast. Ook zou de bestrijding van de totaal uit de hand gelopen criminaliteit niet langer als dweilen bij een geopende kraan zijn. En ons beschadigde onderwijs zou wellicht weer teruggebracht kunnen worden tot het hoge niveau dat het vijftig jaar geleden nog had. Het is tijd om eens met politiek discrimineren op te houden.

Einde kranten – column.

Bent u er nog?

Met betrekking tot Kaag en Braassem – mijn korte mening. Ik denk dat het lokaal mogelijk moet zijn om een moeilijke discussie te voeren zonder allerlei achterklap en onderhuidse technieken. Een man een man – een woord een woord. Dat zijn we in onze dorpen zo gewend en we moeten maar niet aan gaan wennen aan overzeese communicatie-strategieën.

Fijne jaarwisseling allemaal. Zorg dat u NA 1 januari ook nog goed kunt horen en luisteren.

Paul.

Advertenties